Een plekje in je hart

Vandaag komt Willemijn, 5 jaar, voor de tweede keer bij mij. Met playmobielpoppetjes zet zij haar gezin van herkomst neer. Papa, mama, zusje en zichzelf. Het zoeken naar de juiste poppetjes is al een klus op zich. Ik verbind de poppetjes met elkaar door middel van een rode draad (de bloedband). Vervolgens laat ik Willemijn zien, dat nu papa en mama gescheiden zijn, de bloedband tussen papa en haar (en haar zusje) en mama en haar (en haar zusje) altijd blijft bestaan. Papa blijft altijd je papa en mama blijft altijd je mama. 

Vervolgens laat ik haar mensen neerzetten die een plekje in haar hart hebben (waar ze dus veel van houdt). Ze zet papa, mama, haar zusje en haar beste vriendinnetje neer. Ik vertel haar dat zij ook altijd een plekje in het hart van papa en mama heeft, ook al is ze niet bij hen. Dus als ze bij mama is, heeft ze ook een plekje in papa zijn hart en als ze bij papa is, heeft ze een plekje in mama haar hart. “Echt waar?” vraag Willemijn. Ik tegen Willemijn dat we het zo meteen aan papa kunnen vragen als hij haar komt ophalen. Als papa even later komt, vraagt Willemijn: “Papa, heb ik een plekje in jouw hart?” Papa slikt en zegt: “Ja, voor altijd!”.